Samenvatting les, 22/01

De les van vanavond werd, bij afwezigheid van Heeren-sensei, geleid door Fukuyama-sensei (met vertalingen door Kiwa-sempai).

Na de gebruikelijke warming-up (geen kata oefeningen vandaag) leerden wij over twee afzonderlijke, maar verbonden onderwerpen:

  1. Seme to tame to butsu
  2. Hiki waza

In kendo worden wij vaak gezegd dat we “druk moeten bouwen” en dat we “spanning moeten voelen” voor de aanval. Deze spanning wordt beschreven met het woord seme (攻め) en is iets dat je leert met langdurig oefenen. De Glossary related to budo and kobudo‘ van Guy Buyens zegt het volgende

“SEME (攻め) in BUDO (武道) is usually used to indicate the initiative to close the distance and maintain the pressure when launching an attack. This can be part of a very decisive and even explosive technique or in combination with TAME (溜め), where pressure is build in a more gradual way and where the final target depends on the reaction of that opponent.”

Tame, van het werkwoord tameru, betekent “verzamelen” of “opbouwen”. In dit geval maken we seme en verzamelen we meer en meer spanning. Fukuyama-sensei beschrijft de oefening als volgt:

  1. Neem issoku itto kamae aan.
  2. Genereer seme.
  3. Adem diep in en geef een sterke kakegoe (*).
  4. Adem NIET verder uit, adem NIET opnieuw in.
  5. Houdt je adem vijf seconden lang in.
  6. Geef je sterkste aanval, met een krachtige kiai.

Fukuyama-sensei legt uit dat we, door onze adem in te houden, onze focus op de vijand en de seme vasthouden. Op deze manier ga je helemaal in op je aanval, waardoor je haast gegarandeerd een prachtige slag maakt. Hij vergeleek het met een verhaal dat hij ooit over olympische sprinters hoorde, die hun 100m sprint afmaken zonder één ademhaling om maar 100% focus te behouden.

We oefenden seme to tame to butsu met verschillende kihon en waza: eerst met chisai men, kote en dou, daarna met oji waza waar motodachi aanvalt met chisai men. Zoals gebruikelijk worden we er op gewezen dat de men aanval onze beste aanval moet zijn, want anders heeft de oefening geen zin.

Voordat we tot jigeiko overgaan oefenen we ook verscheidene hiki wazamenkote en dou. Deze oefeningen werden gecombineerd met voorgaande tame oefening. Wat betreft hiki dou, legde Fukuyama-sensei uit dat men in drie richtingen achterwaards kan bewegen.

  • Naar links is sub-optimaal, omdat het moeilijk is een goede slag te maken.
  • Rechtuit, waarbij je op de center lijn van je tegenstander blijft.
  • Naar rechts, waarbij de slag gemakkelijker is en je tevens uit het midden verdwijnt.

Om zanshin te tonen na hiki dou moet je je ontspannen na de slag. Je armen moeten niet strak staan, je lijf moet rechtop blijven en je shinai mag NIET rotsvast zitten. Toon zanshin door de natuurlijke boog van je slag neerwaarts af te maken en ontspan je armen (om een tegenaanval op te vangen).

*: Voor uitgebreide informatie over kakegoe, de “kiai in kamae”, verwijs ik graag naar hoofdstuk 13 van Noma Hisashi-sensei’s ‘Kendo Reader.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *