Lexicon: seiretsu en dojo

Voor veel nieuwe kendoka kunnen al die Japanese termen maar verwarrend zijn. Uit eigen ervaring weet ik dat het maanden kan duren voor je de meest gebruikelijke termen correct kent. Natuurlijk is de woordenlijst die onze leraren hebben opgesteld erg handig, maar soms is wat extra uitleg handig.

We vervolgen deze serie artikelen met de commando’s die je hoort tijdens het opstellen in de rij. En we verklaren termen die horen bij de layout van de dojo.

Kendo is een luidruchtige en wat gewelddadige sport, maar er zijn twee momenten in een les die een enorm contrast vormen met de rest van de dag: aan het begin en het einde van de training vormen alle leerlingen een rij om hun klasgenoten en hun leraren te bedanken en om te mediteren. De dojo valt in een diepe stilte en de studenten bereiden zichzelf en hun pantsers voor op de les. Het is doorgaans de hoogstgeplaatste leerling die de volgende commando’s afroept.

  • Seiretsu (整列) Letterlijk, “vorm een rij“. Terwijl de sensei aan hun kant van de zaal zitten stellen de studenten zich op in volgorde van hun rank. Iedereen heeft zijn shinai in de linker hand. Zij die een harnas dragen hebben de tare en dou aan, terwijl ze hun men (met de kote en tenugui er in) onder de rechterarm dragen. In ons geval zitten de laagste studenten links en de hoogst gegradeerde studenten rechts. Bezoekers staan binnen het groepje van hun rang, altijd rechts. Soms houden we een andere opstelling, gebaseerd op leeftijd, aan.
  • Seiza (静坐) Er zijn twee manieren om “seiza” te schrijven: 静坐 “kalm zitten“, of 正座 “knielend zitten“. Als je niet zeker weet hoe je in seiza moet zitten, dan heeft Kendo World een filmpje gemaakt met uitleg over seiza. Eenmaal gezeten plaatsen de kendoka hun shinai op de vloer (liggend op de tsuru). Zij met een men leggen de kote op de grond en de men balanceert er bovenop. De tenugui wordt over de men heen uitgevouwen.
  • Shisei wo tadashite (姿勢を正して) Letterlijk, “straighten yourselves“. Je gaat rechtop zitten met een rechte rug. Zak niet ik, rommel niet met je uniform, let gewoon op en zit netjes.
  • Ki wo tsuke (気を付け) Vergelijkbaar met “shisei wo tadashite“. Nogmaals, het betekent dat je op moet letten, dat je moet focussen.
  • Mokuso (黙想) Het woord mokuso slaat op meditatie in het algemeen. Er zijn veel vormen van meditatie, maar wij kennen twee mogelijkheden: OF je probeert je geest zo leeg mogelijk te maken (mushin), OF je focust je gedachtes op de les van vandaag en op specifieke punten die we moeten verbeteren. Onze handen liggen vormen een kommetje boven onze schoot en we sluiten de ogen deels. Kijk voor meer informatie over mokuso deze uitstekende video van Kendo World.
  • Mokuso yame (黙想辞め) Zoals met alle yame opdrachten betekent het ook hier “stoppen”. We houden op met mediteren en keren onze aandacht weer terug naar de les.
  • Rei (礼) Betekent letterlijk “het tonen van dankbaarheid“. Hoewel we het gebruiken als opdracht om te buigen, is het dus eigenlijk een opdracht om te danken.
  • Shomen ni rei (正面に礼) Gebruiken we niet in onze dojo, maar staat hier voor de volledigheid. “Buig naar de voorkant”, de “hoogste” zetel van de dojo (zie onder). Men zou kunnen zeggen dat we buigen naar de dojo zelf en naar de geest van budo, om te danken voor de lessen die we leren en voor de veiligheid die we in de dojo genieten. Bij het betreden en verlaten van de dojo buig je ook naar shomen.
  • Shinzen ni rei (神前に礼) Gebruiken we niet in onze dojo, maar staat hier voor de volledigheid. Dit is een roep om te buigen naar het altaar, wat je eigenlijk alleen hoort in dojo met een kamidana (zie onder) met een religieuze inslag. Je dankt de voorouders, sensei uit het verleden en mogelijk een god.
  • Sensei ni rei (先生に礼) Letterlijk “bedank je leraar“.
  • Sensei gata ni rei (先生方に礼) Letterlijk “bedank je leraren“, waar “gata” de eerbiedige term is voor een groep mensen.
  • Otagai ni rei (御互いに礼) Lettelrijk “bedank elkander“. Je bedankt je klasgenoten voor het samen oefenen en voor wat je van elkaar hebt geleerd.
  • Sougo ni rei (相互に礼) Letterlijk “Toon wederzijdse dankbaarheid, eigenlijk het zelfde als het vorige commando.
  • Men wo tsuke (面を着け) “Zet je masker op“, de opdracht om je tenugui, helm en handschoenen aan te doen.
  • Men wo tore (面を取れ) “Zet je masker af“, de opdracht om helm, handschoenen en hoofddoek af te zetten. In September heeft Heeren-sensei uitgelegd hoe je op beleefde wijze je men afzet (onderaan deze samenvatting).

De voorgaande paragrafen noemden al een aantal termen die te maken hebben met het interieur van de dojo. Hier onder zie je een tekening van de Amstelveense dojo, met de belangrijkste termen op de juiste plaats. Zowel de tekening als dit artikel zouden onmogelijk zijn gweest zonder Dillon Lin’s fantastische artikel over dojo layout.

De onderstaande lijst is op volgorde van de deur tot aan de “hoogste” plaats in de zaal.
  • Genkan (玄関) De entree, de foyer, die leidt naar de kleedkamers. Officieel is de term genkan bedoeld voor de ruimte waar je je schoenen uitdoet, maar schijnbaar is het gebruik in onze gymzaal niet incorrect.
  • Hikaenoma (控えの間) De rand rondom de dojo die het dichtste bij de entree is wordt gebruikt als opslagruimte. Shinai worden hier neer gelegd en de kendoka plaatsen hier hun pantser voordat de les begint. Kendoka die kort uit de les moeten stappen zitten ook in de hikaenoma.
  • Shimoza (下座) Dit woord bestaat uit de kanji voor “bodem” en “zitten”. De studenten zitten of staan aan deze kant van de zaal, opgesteld naar rang.
  • Shimoseki (下関) Letterlijk de “laagste zetel” van de zaal, helemaal links.
  • Keikojo, of embujo (稽古場, of 演武場) Lettelrijk, “training plaats“. Het midden van de zaal wordt gebruikt voor training.
  • Kamiza (上座) Bestaat uit de kanji voor “top” en “sit”, dit is de senior zijde van de dojo. De leraren die de les leiden zitten aan deze kant.
  • Joseki (上席) De “hoogste zetel” van de zaal, je zou kunnen zeggen dat ze voor VIPs is. In ons geval is het de rechter kant van de kamiza (gezien vanuit de shimoza). Deze plaats is bedoeld voor bezoekende sensei en hooggeplaatste bezoekers die de les komen observeren.
  • Shomen (正面) De “voorzijde” van de dojo, de muur achter de kamiza. Bij het betreden en verlaten van de dojo buigen we naar shomen.
Andere elementen die je kan treffen in een dojo (maar niet de onze):
  • Kamidana (神棚) In Japan is de religie Shinto gemeengoed en veel huizen, kantoren en dojo hebben een klein altaar. Een kamidana bestaat uit een aantal objecten die uitvoerig worden beschreven in Dillon Lin’s artikel over budojo no kamidana.
  • Tokonoma (床の間) In Japan hebben veel kamers een nis in de mur waar een stuk kalligrafie, een kunstwerk of een ikebana stuk staat.

Onze Amstelveense dojo heeft geen van beiden, maar je zou kunnen zeggen dat onze vlag de kamidana voorstelt. Onze vlag herinnert ons aan het motto van onze dojo en maakt van een gewone gymzaal een dojo.

Zoals altijd bedank ik Zicarlo voor zijn review van dit artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *